De natuurouders zetten van te voren het pad uit met kleine houten kabouters en bij elke kabouter hoort een (eenvoudige) opdracht. In de klas is alvast door de leerkracht wat verteld over het Kabouterpad.
Op de ochtend zelf vertrekken de kleuters met de leerkracht en natuurouders naar het bosje. Daar wordt ze het verhaal van de kabouter verteld.
Daarna gaan de kinderen in kleine groepjes met een begeleider het bos in op zoek naar de Kabouterbordjes. De kabouters nodigen de kinderen, door middel van vragen, uit om in de natuur te ruiken, voelen, proeven, kijken en luisteren.
Aan de Kabouter hangt een bordje met een opdracht of een spelletje, bijvoorbeeld:
-
ra ra ra wat is er weg
Er liggen 5 spulletjes op een kleedje zoals dennenappel, steen, veer, eikel, blaadje, dan één weghalen terwijl kinderen niet kijken, en dan mogen ze raden wat er weg is -
voelzakjes
voelen wat er in het zakje zit -
bladerenpuzzel
verschillende bladeren zijn geplastificeerd en in 2en geknipt, zoek de juiste bladeren bij elkaar -
vind een cadeautje voor de jarige Kabouter
kinderen mogen in de buurt van de Kabouter een cadeautje voor hem zoeken, bloemetje, steen, etc. -
wat ruik je?
potjes om aan te snuffelen en dan raden wat er in zit (pepermunt, kaneel, pizzakruiden)
Praktische zaken:
- Laarjes aan
- Lange mouwen en broekspijpen tegen de teken
- Insmeren met zonnebrandcrème


